Visie op veiligheid
NIAZ ziet veiligheid als een integraal onderdeel van de kwaliteit: het aspect is wel te onderscheiden, maar niet te scheiden van de overige bedrijfsvoering.
De processen die tot gewenste uitkomsten leiden zijn exact dezelfde die de ongewenste resultaten opleveren, de medewerkers die hun werk deugdelijk doen zijn dezelfde die fouten maken, enzovoorts. Het resultaat ‘veiligheid’ is net als kwaliteit (in engere zin) de uitkomst van het gehéle managementsysteem (ook wel: kwaliteitssysteem), van de gehéle organisatie. En niet uitsluitend van specifieke onderdelen of van de inzet van specifieke functionarissen. Het actief bezig zijn met de verbetering van veiligheid loopt ook weer volgens dezelfde inzichten en processen (kwaliteitscyclus) als die voor verbetering van de kwaliteit (in engere zin).
Waar deze norm spreekt over ‘kwaliteit’ (te beginnen op de titelpagina ‘Kwaliteitsnorm Zorginstelling) gaat het dus – tenzij specifiek anders aangegeven – altijd ook over veiligheid. In schema laat het zich als volgt samenvatten.
|
Kwaliteit in engere zin |
Gaat over de mate van realisatie van de resultaten die de positieve reden zijn dat de patiënt zich tot de zorgaanbieder heeft gewend (voorbeeld: de patiënt komt langs om een operatie te ondergaan). |
|
|
Gaat over resultaten die niet de reden zijn waarvoor de patiënt langs komt (voorbeeld: ‘géén infectie krijgen’ is niet de reden waarom de patiënt langskomt) en ten aanzien waarvan hij impliciet vertrouwt daarop geen risico te lopen. ‘Veiligheid’ gaat in zekere zin dus over ‘antikwaliteit’. |
Dat neemt niet weg dat in het managementsysteem (in gewoon Nederlands: de organisatie) specifieke organisatorische maatregelen kunnen worden getroffen ter bevordering van de veiligheid.
De basiselementen zijn:
- een gestructureerde risico-inventarisatie
- een systematiek voor het (veilig) melden van incidenten of onveilige situaties
- een methode voor incidentenanalyse
- een systeem voor het managen van de verbetermaatregelen.
Meest bepalend is echter de cultuur in de organisatie: is elke medewerker – van hoog tot laag – alert en gedreven om een zo veilig mogelijke organisatie te creëren. En is het klimaat van de organisatie gericht op samenwerking en vertrouwen.
De basiselementen zijn door een aantal partijen vastgelegd en met andere zaken aangevuld in een veldnorm, de NTA (Nederlands Technische Afspraak) 8009:2007. NIAZ neemt in zijn toetsing de basiselementen van het VMS, zoals vastgelegd in de NTA 8009:2007, mee maar gaat verder. NIAZ kijkt bijvoorbeeld behalve naar de algemene opzet eveneens naar het veiligheidsmanagement van een aantal specifieke risicovolle processen (bijvoorbeeld: stralingshygiëne, vigilantie bloedproducten, infectiepreventie) en let op de effecten voor niet alleen patiënten, maar ook medewerkers en bezoekers. Voor NIAZ vormen verder de ervaringsgegevens van de verzekeraars van medische aansprakelijkheid – in Nederland Centramed en MediRisk – input voor de uit te voeren toetsing op risicovolle situaties.
In de normtekst hebben alle normelementen die van belang zijn voor de patiëntveiligheid de aanduiding: VMS. Een deel hiervan krijgt aandacht in de NTA 8009:2007, die normelementen dragen dan tevens het oormerk NTA 8009:2007. Als de betreffende normelementen tevens van belang zijn voor de veiligheid van medewerkers en bezoekers dragen ze tevens de aanduiding: ARBO. Soms zijn deze drie kwalificaties (of sommige ervan) op alle normelementen van een rubriek van toepassing. In dat geval staan de oormerken aan het begin van de rubriek, direct onder het NIAZ-logo.
Deze opzet faciliteert de instellingen die de informatie uit het zelfevaluatierapport en de auditrapportage van NIAZ willen gebruiken in hun verkeer met de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Zie hiervoor ook de afspraak van de IGZ met NIAZ over voorkoming van dubbele toetsing.


