Kosten accreditatie
Vergoedingssystematiek en tarieven 2010
Vergoedingssystematiek
1. Elke zorginstelling wordt toegerekend aan een categorie. Per categorie is er een vaste jaarbijdrage.
2. Instellingen die starten met de participatie in het accreditatieprogramma betalen een startfee ter grootte van vier maal de jaarbijdrage.
3. Met ingang van het jaar volgend op het jaar van het besluit over de accreditatiestatus betaalt de instelling een jaarbijdrage. De instelling ontvangt bij toekomstige accreditaties van het NIAZ geen rekening meer.
Wijzigingen ten opzichte van 2009
De indeling van de instellingen in categorieën is geëvalueerd en herijkt. Een aantal overwegingen geeft hiertoe aanleiding.
1. Intensiever accreditatieproces. In de praktijk van de afgelopen jaren is gebleken dat een gemiddeld hogere inzet van auditoren en ondersteuning nodig is dan bij de oorspronkelijke calculatie is aangenomen. De NIAZ-accreditatie heeft inmiddels in de ogen van formele partijen (WA-verzekeraars, IGZ) een dermate robuust karakter dat daarmee extra lasten voor de geaccrediteerde instellingen worden voorkomen. Bijvoorbeeld bij de toetsing van het VMS. Voor NIAZ levert deze positie wel extra inspanningen en kosten op.
2. Het recent in de praktijk gegroeide instrument van het uitgesteld besluit (in plaats van afwijzing) blijkt een enorme impuls voor instellingen om kwakkelpunten in het kwaliteitssysteem te verhelpen. Voor het NIAZ vormt het wel een pure extra kostenpost, omdat een heraudit moet worden uitgevoerd.
3. Alle kosten in één rekening. Tot en met 2009 wordt de instelling die deelneemt aan het accreditatieprogramma behalve met de jaarbijdrage van NIAZ nog geconfronteerd met bijkomende kosten. Onder meer de (soms aanzienlijke) hotelkosten van het auditteam. NIAZ vindt dat onwenselijk. In het kader van de herijking zijn alle kosten van het accreditatieprogramma opgenomen in de NIAZ-contributie, de instelling ontvangt geen verdere rekening.
Op grond hiervan zijn alle aan het programma deelnemende instellingen opnieuw ingedeeld, als regel een klasse hoger dan voorheen. Vanwege deze reclassificatie past het NIAZ de tarieven 2010 niet trendmatig aan.
Voor bestendige deelaccreditaties bij instellingen die met een instellingsbrede accreditatie in het programma participeren, geldt voor de bestendige deelaccreditatie een gereduceerd tarief. Zie voor de aanvraag van een gecombineerde accreditatie de Accreditatieprocedure 2010.
| categorie | Startfee | jaarbijdrage | reductieprijs |
| A | € 107.028,- | € 26.757 | |
| B | € 85.620,- | € 21.405,- | |
| C | € 64.208,- | € 16.052,- | |
| D | € 42,796,- | € 10.699,- | |
| E | € 21.384,- | € 5.346,- | |
| F | € 14.936 | € 3.734,- | € 4.277,- |
| G | € 7.984,- | € 1.996,- | € 2.987,- |
