Accreditatietraject en besluitvorming
De fasen van het accreditatietraject nader toegelicht
Accreditatietraject en besluitvorming
Het accreditatietraject kent verschillende fasen.
Fase 1
In de eerste fase schrijft de zorginstelling een zelfevaluatierapport. Dit rapport moet voldoen aan de in de vigerende ‘Noodzakelijke voorwaarden voor accreditatie' gestelde eisen. De auditoren beoordelen het zelfevaluatierapport en de daarbij behorende informatie. De eerste fase wordt afgesloten met het besluit ten aanzien van het al dan niet voort zetten van het accreditatietraject (het zogenaamde voortgangsbesluit).
Fase 2
In de tweede fase selecteren de auditoren de te auditen processen en vragen ze (aanvullende) documentatie m.b.t. de geselecteerde processen op bij de zorginstelling. De auditoren leggen een auditbezoek af en stellen een auditrapport op. Op basis van het auditrapport en de door de auditoren aangegeven verbeterpunten stelt de instelling een actieplan op. De tweede fase wordt afgesloten met het besluit ten aanzien van het al dan niet toekennen of continueren van de accreditatiestatus.
Fase 3
De zorginstelling levert binnen drie maanden na een positief besluit een actieplan aan, dat gericht is op de verbeterpunten uit het auditrapport. Tien maanden na het besluit wordt door de zorginstelling een voortgangsrapportage aangeleverd. Eén jaar na het positieve besluit, toetsen de auditoren de voortgang in de uitvoering van het actieplan. De derde fase wordt afgesloten met het besluit ten aanzien van de voortgang in de uitvoering van het actieplan.
De voorwaarden waaraan moet worden voldaan voor het toekennen en continueren van een accreditatiestatus zijn:
•De cultuur is gericht op voortdurende verbetering van de kwaliteit alsmede op borging van de doorgevoerde verbeteringen;
•De besturing en organisatie van de (zorg)processen zijn zo ingericht dat zij redelijkerwijs en reproduceerbaar leiden tot verantwoorde zorg;
•De veiligheid van patiënten/cliënten, medewerkers, bezoekers en omgeving is naar behoren geborgd
